Op deze pagina staan enkele fragmenten vanuit mijn boek.
De drie Gorgonen:
Ik heb hen op drie verschillende manieren getekend
zodat je kunt zien hoe hun slangennest op hun hoofd veranderd bij gevaar.
_DSC0061_copyrightEuryale: is in rust.
_DSC0060_copyrightStheno: is alert, zij hoort iets en het verweersysteem begint te werken.
_DSC0059_copyrightMedousa: is in volle aanval.
Heel vroeger toen de Gorgonen nog verblindende, mooie, jonge meisjes waren, de drie dochters van de Zeegoden Phorkys en Ceto, hadden zij ook geen kwaads in zin. Medousa, de oudste van de drie, was een jong, betoverend mooi, wulps meisje dat verleid was door de attente aandacht van de God Posseidon. Deze wilde eigenlijk de Godin Athene een hak zetten, en bedreef de liefde met Medousa in Athene's tempel. Deze werd zo razend kwaad, dat zij een vloek over de drie mooie dochters sprak. Waardoor deze veranderde in Gorgonen, monsters met een slangennest als haar. Euryale, Stheno en Medousa zijn toen naar een eiland gevlucht om gerust gelaten te worden omdat zij verlegen waren voor hun monsterachtige uiterlijk en lichaam. De mensen kregen hier gehoor van en wilde deze monsters doden. Maar Medousa beschermde haar zussen en zichzelf met haar blik die mensen versteende.

Ook deze drie zussen heb ik positief gemaakt, zij zijn nu de wachters en beschermers van mijn huis. Iedereen die negatieve energieën rondom zich hangen heeft kan het niet lang keren bij mij thuis. Deze mensen voelen zich aangevallen, niet op hun gemak enz..

Waarom teken jij monsters zoals de Gorgonen? Deze zijn toch niet positief?
Ja, dat is waar, in onze ogen zijn al deze wezens monsters, niet positief, maar dat komt omdat de Goden en de mensen in vroegere tijden zo over deze wezens dachten, hen letterlijk zo gemaakt hebben. Alles werd op deze manier eeuwen lang verder verteld in de mythologische legendes. Wij mensen zien de mythologische verhalen alleen maar langs één zijde van het verhaal. Onze kant, de menselijke kant, omdat wij mensen ons zelf het belangrijkste vinden. Deze gedachten over de mythologische monsters, zijn ontstaan door angst en onwetendheid over al wat Goddelijk is. Dat is ook heel duidelijk in dat woord van Paulus dat ik in het begin van mijn boek schrijf. Wij denken er nooit over na hoe die mythologische wezens zich voelden, wat en welke hun gedachten waren, en ook nooit waarom zij zo geworden zijn. Het enige wat wij mensen denken is:" Dat zijn monsters, die schaden de mens, die moeten dood". En dit zomaar zonder schuldgevoel omdat wij niet verder dan onze neus willen zien. Dit is puur menselijk eigenbelang en egoïsme, ontstaan uit angst voor het onbekende.

Minotaurus:
Een legendarisch monster, met een mannelijk lichaam en met het hoofd en de staart van een stier.
_DSC0057_copyright
Koning Minos kreeg van de God Posseidon een witte, prachtige stier cadeau. Deze moest koning Minos offeren aan Posseidon. Maar de koning vond die stier veel te prachtig om te doden en offerde een andere stier in de plaats. Posseidon werd hier zo razend voor en als straf voor de koning, vervloekte Hij Posiphae, Minos vrouw. Hierdoor werd de koningin smoor verliefd op die prachtige stier. Zij liet door beeldhouwers een holle, houten koe maken om de stier te misleiden. Posiphae kroop dan in die holle koe om zo de liefde met haar beminde stier te kunnen bedrijven. Uit deze liefdesdaad schonk zij het leven aan een kind, half mens half stier, deze werd Minotaurus genoemd. Minos schaamde zich zo voor dit kind en liet een labyrint bouwen waar niemand kon uit ontsnappen. Hij sloot er de Minotaurus in op.

De Minotaurus werd hierdoor een razend monster dat iedereen verscheurde die in het labyrint kwam.

Jaren later had koning Minos Athene overwonnen. Zij moesten sindsdien elk jaar zeven meisjes en zeven jongens naar het labyrint brengen om geofferd te worden aan de Minotaurus.

Één van die jongens was de prins van Athene, Theseus. Toen deze Adriane, de dochter van Minos zag, werden zij op slag verliefd. Hij vertelde haar, dat hij was mee gekomen om de Minotaurus te doden. Zij hielp Theseus door hem een grote bol wol mee te geven zodat hij de weg terug kon vinden. En een zwaard dat geheiligd was, waarmee hij het monster dode.

Als mijn schilderij van de Minotaurus af was, en ik er op een afstand zat naar te staren zoals gewoonlijk, kwam mijn schilderij voor mij tot leven. Zag ik hem plots in een visioen voor me staan, hij keek naar mij en maakte een galante buiging, zoals de musketiers doen. Er kwam in mijn gedachten:" Dank u voor uw hulp, steeds de uwe".

De redding van de Lorelei:
Stroomafwaarts van de Kaub aan de Rijn, aan de voet van de hoog oprijzende rotsmassa van de Lorelei, hadden in oude tijden de waternimfen hun koninkrijk. In het ruisende water stonden glinsterende paleizen. Omgeven door groene weiden. Het was er prachtig, rustig om te leven en te wonen voor deze Goddelijke natuurwezens.

Naar mate er meer en meer mensen op de rivieroever kwamen wonen en de rivier steeds drukker bevaren werd door vrachtschepen en andere grote schepen, en omdat de waternimfen niet oorlogsgezind waren, verlieten zij heel droevig hun plek. Slechts één van hen bleef achter, want zij kon geen afscheid nemen van haar geliefde rivier. Vaak zat zij boven op de rots gewoon haar gouden haren te kammen in het maanlicht. Terwijl zij daar zat zong zij met betoverende stem de wonderschoonste, goddelijkste liederen, die iedereen die ze hoorde betoverde.

Menige schippers die naar haar zoete gezang luisterde kon de drang niet weerstaan naar de maagd op te kijken, en raakte dan zo in de ban van haar schoonheid, dat hij de gevaren die zijn boot bedreigde niet bemerkte. En zo gebeurde het vaak dat boot en schipper gegrepen werden door de verraderlijke maalstroom, en verzwolgen werden in diens diepten.

Gedurende de middeleeuwen, toen de trotse kastelen langs de Rijn weerklonken van wapengekletter, zang en vrolijk gelach, besloot een jonge ridder, de zoon van Graaf Palatinus, de steile rots te beklimmen en de mooie nimf van dichtbij te gaan bewonderen.

Hij voer de Rijn af in een kleine boot, slechts vergezeld door zijn schildknaap. Toen hij de voet van de rots naderde, zag hij de maagd op de top zitten, in de laatste stralen van de avondzon. Het geluid van haar stem betoverde zo volledig, dat hij alles vergat, en de machtige rivier smeet zijn lichte schip tegen de scherpe rotsen, waar hij zonk, en de ridder ging mee ten onder. De schildknaap, die kans zag zichzelf te redden, bracht de Graaf het droevige nieuws.

Vol verdriet en woede gaf de Graaf Palatinus zijn dienaren opdracht de maagd gevangen te nemen, en haar vanaf haar hoge rots in de rivier te gooien. Terwijl deze mannen haar naderden, maakte zij een parelketting van haar hals los en wierp deze in de Rijn, zingende:

_DSC0034_copyrightVader die in het water huist,

Red mij van die mannen, zij zijn niet pluis,

Stuur de witte paarden naar mij nader,

Opdat ik rijden mag op wind en water.

Terstond rezen twee golven op uit de rivier, als grote, glanzende paarden. Ze klommen tot bovenaan de rots en namen de nimf met zich mee in het water, waar zij voor eeuwig verdween.

Deze mythologische monsters zijn ontstaan, omdat één of andere God zijn zin niet kreeg. Waardoor onschuldige personen een straf kregen, in de plaats van de echte schuldige. Deze daden werden gepleegd door de Goden zelf of door stomme egoïstische daden van sommige mensen.

De goden vroeger waren egoïstische egotrippers. Zij misdeden niets, al de anderen waren schuldig. Al deze Goden maakten het echt te bond. Daarom dat God het hoogste geestelijke wezen hier een eind aan gemaakt heeft. En hun taak om de mensen hun lot te leren vervullen kwijtschold.

En een ander hoog wezen, het zonnewezen Christus naar de aarde stuurde voor de grote geestelijke verandering.

Telkens ik een schilderij van deze mythologische monsters maak, weet ik dat zij het waard zijn om positief te worden. Dat het tijd is voor hen om hun naam te zuiveren. Terwijl ik teken, schilder of airbrush zet ik hun negatieve uitstraling om in een positieve uitstraling. Waarvoor zij, mij steeds heel dankbaar zijn.

Ik weet ook als ik ze geestelijk nodig heb, dat zij naast mij zullen staan om mee te vechten, om mij geestelijk te helpen vechten tegen het kwaad en het negatieve. En zij doen dit allen voor mij, uit vrije wil en uit dank.